God is soeverein.
“Maar uw vader heeft mij bedrogen en mijn loon tien keer veranderd, maar God heeft hem niet toegestaan mij kwaad te doen.”
Genesis 31:7
Het levenspad kent vele wendingen. Soms voelt het zelfs als een achtbaan. Dat was zeker Jacobs ervaring. Veel van zijn "hoogtepunten en dieptepunten" waren zijn eigen schuld. Zijn naam betekende... vervanger of bedrieger. Al vanaf zijn geboorte, toen hij de hiel van zijn broer vastgreep, leek hij vastbesloten om op slinkse wijze vooruit te komen.
Jakob leefde een groot deel van zijn leven in bedrog. Hij bedroog zijn broer Esau en ontnam hem zijn eerstgeboorterecht (Gen. 25:29-34). Hij misleidde zijn vader Isaak om de zegen van de eerstgeborene te verkrijgen (Gen. 27). Geen wonder dat hij voor zijn leven moest vluchten voor de toorn van Esau (Gen. 27:41-46). Maar in Genesis 28 ontmoette Jakob de Heer op een manier die zijn leven begon te veranderen. Later, toen hij Labans familie ontmoette, werd hij al snel verliefd op Rachel en stemde hij ermee in zeven jaar te werken om met haar te trouwen. Maar Rachels vader Laban bedroog Jakob door Lea in plaats van Rachel te geven (Gen. 29). Jakobs verleden had hem ingehaald – hij oogstte wat hij had gezaaid.
Tegen de tijd dat we bij het vers van vandaag aankomen, is Jakob opnieuw op de vlucht. Deze keer volgde hij echter de opdracht van de Heer om naar huis terug te keren. In een gesprek met Rachel gaf hij toe dat haar vader tegen hem was, maar voegde er vervolgens aan toe: “Maar God heeft niet toegestaan dat hij mij pijn deed.” Jacob begon te begrijpen dat God soeverein is en in zijn leven werkzaam is.
Deze waarheid is ook voor ons een herinnering. Wat er ook in ons leven gebeurt, niets is buiten Gods controle. Hij heeft een goddelijk plan en niets kan dat dwarsbomen! Paulus uitte ditzelfde vertrouwen toen hij schreef:
“Wat zullen we dan zeggen van deze dingen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Hij die zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgeleverd, hoe zal Hij ons dan niet met Hem ook alles schenken? Wie zal een aanklacht indienen tegen Gods uitverkorenen? God is het die rechtvaardigt. Wie is het die veroordeelt? Christus is het, die gestorven en bovendien opgestaan is, die aan de rechterhand van God zit en ook voor ons pleit. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” (Romeinen 8:31-35).
Met andere woorden: “Maar mijn God!”
Ankerpunt voor vandaag:
God is soeverein over elke situatie in het leven.