Levend water voor een dorstige ziel
Hij verliet Judea en ging weer naar Galilea. Maar Hij moest door Samaria reizen. Zo kwam Hij in een stad in Samaria, Sychar geheten, vlakbij het stuk land dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven… Een Samaritaanse vrouw kwam water halen. Jezus zei tegen haar: “Geef Mij te drinken.” Zijn discipelen waren namelijk de stad ingegaan om boodschappen te doen. Toen zei de Samaritaanse vrouw tegen Hem: “Hoe kan het dat U, een Jood, mij, een Samaritaanse vrouw, om water vraagt?” Joden hebben immers geen omgang met Samaritanen.
Johannes 4:3–5, 7–9
Deze ontmoeting met Christus is zeer kostbaar. Het herinnert ons eraan dat, hoe gebroken je verleden ook mag zijn, het nooit buiten het bereik van een liefdevolle en genadige God is.
De Samaritaanse vrouw die de Heer Jezus bij de bron van Sychar ontmoette, kwam gewoon om water te halen. Waarschijnlijk kwam ze met lege kruiken – symbolen van haar eigen leven: leeg en droog. Ze was op zoek naar liefde en acceptatie, en had de ene relatie na de andere geprobeerd – vijf echtgenoten en nu woonde ze samen met een man die niet haar echtgenoot was (4:17-18). Elke ervaring had haar achtergelaten met hetzelfde onvervulde verlangen diep in haar hart.
Nu ontmoet ze een andere Man – maar deze is anders. Hij is bereid alle raciale en sociale barrières te doorbreken. Hoewel Hij een Joodse man was, vroeg Hij haar, een Samaritaanse vrouw met een bewogen verleden, om een drankje. Dit verbaasde haar ten zeerste. Toch voelde ze aan dat deze Man anders was – aan de manier waarop Hij naar haar keek en aan de manier waarop Hij tegen haar sprak. Hij bleef niet stilstaan bij de barrières van ras of sociale status; in plaats daarvan keek Hij recht in haar hart en sprak Hij tot haar diepste behoefte.
“Jezus antwoordde haar: ‘Als je wist wat een gave van God is, en wie het is die tegen je zegt: “Geef Mij te drinken”, dan zou je Hem erom gevraagd hebben, en Hij zou je levend water gegeven hebben.’ (4:10).
Zijn woorden maakten haar nog verwarder: 'Heer, U hebt niets om water mee te putten, en de put is diep. Waar haalt U dan dat levende water vandaan?' Ze probeerde van onderwerp te veranderen door verschillen in religie en eredienst aan te halen, maar de Heer Jezus bleef zich richten op de behoefte van haar hart:
“Wie van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal nooit meer dorst hebben. Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron van levend water worden, die opwelt tot eeuwig leven.”
Ze sprak vervolgens over aanbidding, en de Heer herinnerde haar – en elke lezer – eraan dat we allemaal voor dat doel geschapen zijn. Maar ware aanbidding is niet te vinden in religie; die is te vinden in een relatie met de levende God – Degene die haar geschapen heeft.
Ankerpunt voor vandaag:
De Heer Jezus was de enige die de leegte in het hart van deze vrouw kon vullen, en Hij is de enige die de leegte in jouw hart kan vullen.