“De last die de profeet Habakuk zag. O Heer, hoe lang zal ik roepen, en U zult niet horen? Zelfs als ik tot U roep: ‘Geweld!’, en U zult niet redden.”
Habakuk 1:1–2
De profeet Habakuk leefde in dezelfde tijd als Nahum, Zefanja en Jeremia. Dit boek begint met de last die hij zag. Het woord 'last' wordt in het Oude Testament op verschillende manieren gebruikt. Het kan verwijzen naar een gewicht, een zware last of een verantwoordelijkheid die gedragen moet worden. Hier wordt het woord gebruikt in de context van een orakel of profetie die zich ontvouwt in een oordeel over het volk Juda, dat de oproepen tot bekering steeds had genegeerd en had geweigerd zich af te wenden van zijn zondige wegen. Habakuk zag het verval van het koninkrijk onder het bewind van Jojakim en zag hoe alle hervormingen van Josia in de vergetelheid raakten.
In de openingsverzen van dit boek horen we het hart van Habakuk uitstorten in de aanwezigheid van de Heer (1:1-4). Hij is omringd door geweld, onrecht, misdaad, verwoesting, goddeloosheid, strijd, conflict en een verdraaide vorm van rechtvaardigheid! Habakuk roept tot God: "Hoe lang nog, Heer, moet ik om hulp roepen, maar luistert U niet? Of tot U roepen: 'Geweld!', maar redt U niet?" (Habakuk 1:2). Het woord 'roepen' wordt twee keer gebruikt in vers 2. De eerste keer verwijst naar het roepen om hulp, maar de tweede keer betekent luid schreeuwen. Zijn hart was intens bezorgd over wat er in het land gebeurde.
In vers 4 lezen we: "Daarom is de wet machteloos en wordt er nooit recht gedaan. Want de goddelozen omringen de rechtvaardigen, daarom wordt er een verdraaid oordeel geveld." De leiders van het land gehoorzaamden de wet niet, en daarom werden de waarschuwingen uit de Schrift genegeerd. Klinkt dit niet bekend? In veel opzichten is het hart van de mens hetzelfde. Het zou goed voor ons zijn om de raad die de Heer aan Habakuk gaf te overwegen, want er zijn verschillende lessen die ook in onze tijd van toepassing zijn.
Habakuk betekent 'omarmen', en we zien hem worstelen met ernstige problemen en zich door geloof aan God vastklampen wanneer alles in zijn leven lijkt in te storten. In vers 5-6 zegt de Heer hem dat hij zich moet voorbereiden op verbazing, omdat Hij een werk gaat doen dat Habakuk niet zou geloven. We moeten geduldig zijn en onthouden dat "Mijn gedachten zijn niet jullie gedachten, en Mijn wegen zijn niet jullie wegen," zegt de Heer. "Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan jullie wegen, en Mijn gedachten hoger dan jullie gedachten" (Jesaja 55:8-9).
Ankerpunt voor vandaag:
“"Gods wegen spelen zich soms achter de schermen af, maar Hij stuurt alle scènes aan waarachter Hij zich bevindt." JN Darby